Waar ontstond Vroomshoop precies?

 

Door Herman Dasselaar.

Deze vraag heeft verschillende schrijvers en onderzoekers in het verleden meermalen bezig gehouden. De naam Vroomshoop is veel ouder dan het dorp zelf, al twijfelen sommigen heden ten dage daar nog aan. Ruim honderd jaar voordat er sprake is van bewoning en dorpsvorming in Vroomshoop, wordt in de Marke Boeken van Den Ham en Linde al gesproken van ‘Vromehoopse akkers’.

vroomshoop 1854

Een kaart van rond 1855 van het gebied waar Vroomshoop nadien is ontstaan laat verschillende namen van complexen boekweit akkers zien. Tevens een aanzet van de nieuwe toekomstige infrastructuur. Het kanaal tracé Zwolle via het  Separatiepunt  naar Almelo is reeds gereed.

Namen akker complexen.

De complexen van boekweitakkers droegen verschillende namen. Het complex met de naam de  ‘Witte akkers’ was wat omvang betreft de grootste.  Andere namen van boekweitakkers  waren de ‘Wilde akkers’ de ‘Natte akkers’ en de ‘Flier akkers’. Daar tussen in geklemd met een incourante vorm als een soort restant akkers lagen de ‘Vroomhoopse akkers”. Deze laatste akkers waren bereikbaar via een zandweg die voor de korte zijde van deze akkers langsliep. Deze zandweg is nu de Nieuwstraat in Vroomshoop.

Boekweitcultuur.

Op deze akkers, die per complex in gebruik werden genomen, werd een boekweitcultuur bedreven die uiterst weersomstandigheden gevoelig was. Te nat, leverde problemen op maar daarnaast kon een late nachtvorst de hele oogst decimeren. Zo trachtten de boeren uit Linde en Den Ham, centraal in het Marke bestuur geregeld, boekweit  te verbouwen. Een roofbouw die slechts enkele jaren stand hield, waarna de uitgeputte boekweitakkers jaren lang aan hun lot werden overgelaten.

Ontsluiting veengebied.

Dit veenlandschap bezat voor die tijd een schat aan brandstof in de vorm van veen, waar in die tijd schreeuwend behoefte aan bestond. Om dit te ontsluiten en te winnen, werd er onder impulsen van de omliggende gemeenten een kanalenplan gemaakt. De Overijsselse kanaalmaatschappij lukte  het in om 1853  alle grond voor het gehele tracé aan te kopen. Men ging voortvarend te werk en zo werd op 1 augustus van dat jaar het kanaalvak Zwolle naar de Regge geopend. Omstreeks half augustus 1854 had men het kanaalvak de Regge, Separatiepunt, Vriezenveen al op diepte en was men bezig met het gedeelte richting Almelo. Het kanaal van Almelo (via Separatiepunt) naar Zwolle werd op 12 juni 1855 feestelijk opengesteld. Het kanaalvak vanaf het Separatiepunt in noordelijke richting tot de Vecht was inmiddels aanbesteed en kwam gereed op  5 september 1856. Zogenaamde ‘polderjongens’ waren aangetrokken om deze kanalen te graven. Stoere stevige en bonkige kerels die met schop en kruiwagen de klus klaarden.

Vestiging en bewoning.

Deze polderjongens die wel van aanpakken wisten, hadden toen de kanalen gereed waren, geen uitzicht meer op werk. En deel van hen bleef in dit inmiddels ontsloten gebied wonen en probeerden er een bestaan op de bouwen. Zo zien we als we de kadastrale leggers en registers er op na slaan, synchrone met het bevolkingsregister, dat deze polderjongens als eerste bewoners van dit omvangrijke veengebied  zich vestigen ten oosten van de huidige  Nieuwstraat, en aldaar grond verwerven en er bleven wonen. Onmiskenbaar zijn de namen van deze eerste pioniers van Vroomshoop als Zandbergen, Greveling, Boes en al hun andere kompanen van het eerste uur. Dit gebied Vroomehoopse-akkers genaamd kreeg hierdoor zijn bewoning. En wat was er voor een nauwgezette ambtenaar van de burgerlijke stand makkelijker om de plaats van bewoning exact te preciseren met Vromehoop? Dit was immers de naam van de akkers waarop ze waren gaan wonen!!  De latere benaming van de weg die voor deze bewoning langs liep “Nieuwstraat” spreekt ook in beide lettergrepen voor zich.

150 jaar vrhoop 056

De bewoning was primitief  (z.g. Plaggenhut)  zoals die indertijd aanvankelijk ook aan de toenmalige Nieuwstraat aanwezig was.

Separatiepunt.

Dat er nadien langs het kanaal en nabij het Separatiepunt “het Punt” in de volksmond genoemd, ook langzaam bewoning ging ontstaan doet niets af aan het feit dat al deze bewoners in het bevolkingsregister  van de burgerlijk stand en kadaster allemaal bewoners van Vroomshoop worden genoemd. Dat er dus sprake zou zijn van twee aan elkaar gegroeide dorpjes, zoals er wel wordt gesuggereerd, is in de archieven maar ook via overlevering niets te vinden.

Naam.

Nu vinden we de naam ‘Vroome hoop’ ook gewoon in een oud woordenboek als een uitdrukking die ijdele hoop of verwachting betekent en in die dagen als normaal gebezigd werd. Doch de betekenis Vrome had oudtijds ook de betekenis van; iets dat tot gemeen voordeel dient en ten algemene nutte.  De eerst genoemde verklaring in relatie met de schrale opbrengst van deze weinig hoopvolle akkers samen met het woord hoop heeft mijn voorkeur. Dat juist dan ook hierop voor bewoning is gekozen kan daarmee in verband staan. De latere afslijtsels, verbasteringen en verschrijvingen tot Bromershoop  en Vromehoop voor monniken zijn leuke romantische gedachten spinsels en is voer voor discussies en polemiek.  Het Klooster Sibbekoele werd in 1579 al opgeheven en de weg van Den Ham die er zo mogelijk door het veen naar toe liep, lag veel en veel noordelijker. Dus mocht u nog eens over de recent prachtig gerenoveerde Nieuwstraat rijden realiseert u zich dan dat daar de oorsprong ligt van het mooie dorp Vroomshoop!

Han(s) Veneman

potloodtekening van Hans Veneman 13 x 18 cm

HAN(S) VENEMAN 1939-1991

 door Herman Dasselaar.

Hans Veneman werd geboren en groeide op in Vroomshoop, een dorp zoals we allemaal weten, wat niet overloopt van kunstenaars.
Voor een modern kunstschilder nou niet een omgeving waarin je gemakkelijk tot ontwikkeling komt.
Na de lagere schooI in Vroomshoop te hebben doorlopen gaat hij in Almelo naar school, op zijn brommer, en als deze het niet meer doet betaald hij de fietsenmaker met een schilderij, hij bezoekt de LTS, de DEVA vakschool en een blauwe maandag de AKI.

Hij beseft zich terdege dat het beroep van kunstenaar geen gemakkelijke zal zijn. Toch kiest hij ervoor, als autodidact, zijn eerste houtskooltekeningen die via de BKR (beeldende kunstenaars regeling) in het bezit komen van de gemeente Den Ham zijn nog sterk figuratief en sommige nog fijn en uitgewerkt.
Maar allengs produceerde deze markante en uitbundige persoonlijkheid andere doeken waaruit zijn temperament en de bewondering voor de COBRA schilders als Appel en Lucibert naar voren komt.

Hoe onorthodox zijn konterfeitsels ook zijn, ze worden overal in het toenmalige gemeentehuis opgehangen. De meest herkenbare en figuratieve werken hebben de voorkeur bij de ambtenaren, de te heftige schilderijen verdwijnen in de kelder of worden geruild met andere gemeentes.
Eén doek doet de gemoederen binnen het doorgaans rustige gemeentehuis behoorlijk in beroering komen, de titel deed namelijk vermoeden dat er de geslachtsdaad op te zien moest zijn, het schilderij werd dan ook, na veel ophef, naar de kelder verbannen.

Inmiddels had Veneman zich in Almelo gevestigd, zijn kunstwerken worden steeds groter kleurrijker en meer en meer expressionistisch.
Samen met Jan Gierveld en Joop Nijhof heeft hij zijn atelier, woon en expositieruimte in het oude postkantoor van Almelo (1969) en probeert het publiek binnen te halen met muziek en voorstellingen.

In een veranderende kijk op het kunstenaarsschap en uit liefde voor de kunst wilde hij niet eenzaam op een koude zolder in stilte zijn meesterwerken creëren, nee hij wilde maatschappelijk betrokken, midden tussen de mensen, kunstpausen en kitspoepers, zoals hij het zelf noemde, zijn ultieme creaties laten ontstaan.
Almelo en omgeving heeft het geweten, geen enkele kunstenaar uit Almelo trok toentertijd zoveel aandacht als Veneman.
Zelfs de landelijke pers kon niet om hem heen.Toen Hanveneman, zoals hij zich bij voorkeur later noemde, met veel elan aankondigde vanuit een vliegtuigje een schilderij te willen maken zo groot als een voetbalveld, trok hij landelijke de aandacht.

Op erve noordik (1970) aan de Schapendijk in Almelo waar ik hem met vrienden wel eens bezocht verhaalde hij enthousiast over zijn grootste plannen en projecten “action painting” was zijn credo in die tijd en maakte op disco avonden doorzichtige “light-painting” schilderijen met muziek als directe inspiratiebron.


Action- painting 1983 olieverf 150 x 300 cm Particuliere collectie.

Wie nu nog denkt dat hij een fijnbesnaarde intellectueel was moet ik teleurstellen, hij was het tegendeel, meer een bewogen primitieve nomade of sjamaan zoals journalist Han Pape het indertijd noemde,die in zijn doeken verf, hout, zand, lijm, as en teer verwerkte, en een gedreven iemand die uit het leven haalde wat er maar in kon zitten, non-conformistisch op alle fronten, wars van hotemetoten moraalridders en snobisme zocht hij zijn eigen weg, uitdagend met enorme werkkracht produceerde hij een oeuvre wat het midden houd, volgens de “kenners” tussen expressie en expansie.

Daarnaast ontpopte Veneman zich in die tijd als beeldhouwer, begin 1973 beland hij in het ziekenhuis met een gebroken kaak daar boetseerde hij beeldjes die later gegoten en op groot formaat een plaats kregen op straten pleinen en stadhuizen van Almelo en Delden met titels als “de Vogelman” en de “verovering van Europa door een stier”.

In aanwezigheid van staatssecretaris De Graaf schildert hij in Hengelo onder ritmische begeleiding van een drummer in Eén sessie van 20 minuten het doek genaamd “de vuurvogel” in expressieve penseelstreken.Met het publiek als getuige en muziek ballet en voordracht als verhogende belevingswaarde in optredens of performance die hij “confrontation Art”noemt treed hij met Simon Vinkenoog op in Bilthoven, Utrecht, Eindhoven en elders in den lande in zijn ”theater” van de schilderskunst.


Vogel-hoofd 1985 olieverf 120 x 110 cm Particuliere collectie.

Dans muziek en poëzie zijn de rode draad, zich helemaal thuisvoelend tussen de dichters, schrijvers en muzikanten wil hij meer en groter maar sponsors ontbreken, tot in 1984 Vroomshoop bereid blijkt te zijn ter gelegenheid van haar 125 jarige bestaan een bescheiden versie van “coleured rian” toe te staan. Vanuit een helikopter werpt Hanveneman verf op een doek van 3 bij 4 meter. En wordt later met een bezem als kwast afgemaakt. Geen voetbalveld dus en ook geen spectaculaire duikvluchten. Simon Vinkenoog begeleid het geheel met muziek en poëzie.

Overal in den lande en daar buiten exposeert hij, teveel om op te noemen. Zijn rusteloosheid en dadendrang werden hem teveel en
plannen voor een nieuw performance op het plein van de dom van Keulen lagen klaar, als de dood hem verrast op 6 februari 1991 terwijl hij aan het werk was in Enschede.

Zijn nagelaten doeken en gedroogde verfmassa’s kunnen niet volledig weergeven het uitbundig ontstaan, de happening, het sprakeloos toekijken van het publiek opgezweept door dans muziek en poëzie, de energie van de scheppingsdaad en het moment suprème van het ontstaan van zijn creatie, waar het hem allemaal om begonnen was.

In vijf Almelose galeries wordt een jaar na zijn dood een gezamenlijke expositie ingericht met als thema een “een afscheid “ de toenmalige wethouder van cultuur P.J. Grondel opent het geheel en Jan Joris Nieuwenhuis zorgt voor de muzikale omlijsting hij speelt de uitvoering “Sonic landscapes for oboe and taped electronic music” van de componist Mark Philips. Simon Vinkenoog spreekt de bezoekers toe en draagt een gedicht voor met als titel “koraalzang” de aanwezigen waarderen alles na afloop met een warm applaus. Geen “action “ dus maar een genormaliseerd samenzijn.

Zijn werk bevindt zich voornamelijk in de collecties van de gemeente Almelo, Twenterand en in particuliere collecties in binnen en buitenland en bij de erven.
Wie nu de immens grote burgemeesterskamer van de gemeente Twenterand binnentreed ziet achter het bureau van de eerste burger een grote prachtige veelkeurige Hans Veneman hangen, het kan verkeren.

Herman Dasselaar,

Bronnen: Simon Vinkenoog, Peggie Breitbart, Han Pape, Hanveneman een afscheid, verschillende krantenartikelen en publicaties.

De dood van een polderjongen

Rond 1853 liepen de werkzaamheden voor het graven van het kanaal van Zwolle via het Separatiepunt in Vroomshoop naar Almelo ten einde. Overal in de omgeving stonden toen zwartgeteerde houten keten in het veld waar de arbeiders in bivakkeerden. Het graven was zwaar werk en werd gedaan door zogenaamde polderjongens, sterke kerels en veelal vrijgezel, die in hun keten een kommervol bestaan leidden. Een leven van alleen hard werken en slapen en soms ook van drinken. Het werk was in Zwolle begonnen en het zat er nu bijna op. Onder dit leger van polderjongens die telkens met de werkzaamheden meetrokken bevonden zich Klaas Bakker en opzichter De Vries maar ook Kees Boes die zich later vestigt in wat we nu Vroomshoop noemen. Met hen trok mee op, in arbeidspelgrimage Jan Zandbergen die zich als leverancier van levensmiddelen en “van alles en nog wat” met hen verwant voelde en zo probeerde een boterham te verdienen. Hij vestigt zich niet veel later ook in het gebied wat we onder het huidige Vroomshoop verstaan samen met zijn vrouw Rensje Schuit die als eerste beviel van een baby in deze contreien. Zandbergen handelde ook in tabak en jenever en hij deed niet moeilijk als jongens het hem allemaal niet konden betalen. Ze voelden zich een grote familie en deelden lief en leed. Een leven van hard werken 6 dagen per week van ’s morgens vroeg tot soms ’s avonds laat en verder had het leven voor niemand veel genoegens.

 

Alleen zondags was men vrij en kreeg iedereen wat rust. Dan zat men voor de keet een pijpje te roken. Sommigen gingen naar een hoogte in het veen van het latere Vroomshoop. Daar sprak dan zondags de oude Flim een geestelijk woord.

Zo ook ging het deze zondag, alleen de stemming onder de polderjongens was bedrukt. Sinds een week was één van hen verdwenen. Het was Klaas Bakker en iedereen zat aan hem te denken. Nu kwam het wel vaker voor dat iemand (even) weg was maar na een paar dagen kwam diegene dan wel weer opdagen. Maar dit duurde toch wel erg lang. Opzichter De Vries die het allemaal ook niet lekker zit, loopt naar de jongens die voor hun keten zitten en zegt: “Ik ga hem zoeken”. “Dan ga ik mee” zegt Kees Boes direct. Samen gaan ze op weg in oostelijke richting een nog schijnbaar onbegaanbare wildernis van heide, plassen, moeras en veengebied trotserend. Ze moeten telkens oppassen niet in de drassige bodem weg te zakken.

 

Ze zijn uren onderweg. Al zoekende komen ze in het gebied dat het Twistveen heet en wat zijn naam te danken heeft aan een geschil tussen de Linder boeren en een aantal Vriezenveners over het gebruiksrecht en waar de gouverneur aan te pas moest komen om tot een oplossing te komen.

Plotseling vindt Kees Boes een klomp, van Klaas Bakker concluderen ze. Dan vinden ze een pet. De bodem is er bijna onbegaanbaar en het dringt tot hen door dat hun stille vermoedens wel eens bewaarheid zouden kunnen worden. Even verder vinden ze het lichaam van Klaas Bakker, het zit vastgezogen in het moeras. Zijn lijkbleke gezicht steekt nog half boven het water uit. Hij moet een zware doodstrijd hebben gestreden, want als ze hem los proberen te trekken is er geen beweging in te krijgen. Ze gaan terug en berichten de overige polderjongens van hun macabere vondst. Ze schakelen de Hammer veldwachter in, die reageert met “Oh, achter in Doarleseveld dat is Heldern of ‘t Venne”. Met de onduidelijkheid over de plaats des onheils schuift men in Den Ham de verantwoordelijkheid af naar Hellendoorn. Men houdt de boot af, zich bewust verantwoordelijk te zijn voor de kosten en het afhandelen van de begrafenis. Het duurt enige tijd voordat na onderzoek de Gemeente Den Ham verantwoordelijk blijkt te zijn. Zij neemt dan ook de afhandeling voor haar rekening en regelt de teraardebestelling. Opzichter De Vries en Kees Boes, maar ook alle andere polderjongens zijn bij de begrafenis aanwezig.

De oude Flim spreekt nog een woord, waarna iedereen weer aan het werk gaat. Immers het laatste stuk van het kanaal moet nog af.

 

Bronnen: Vroomshoopse Koerier 18.02.54 (onbekende auteur), Archief Cees Bos, Archief Gemeente Den Ham

Waarom Vroomshoop ontstond

separatiepunt Vroomshoop

 

In het kader van de viering van het 150 jaar bestaan van Vroomshoop is het, meer dan anders, interessant in beeld te brengen wat er zo al aan vooraf ging alvorens er in Vroomshoop een dorpsgemeenschap ontstond.Overijsselse kanalen Onder druk van toenemende industrialisatie van de Twentse steden als Almelo en Enschede, de slechte toestand van het wegen en moeilijk bevaarbare rivieren en beken ontstond rond 1809 een Overijssels kanalenplan.

Een onderdeel hiervan was het kanaal van Almelo naar Zwolle.Het aanvankelijke tracé deed veel stof opwaaien en regelmatig werden de plannen gewijzigd. In geen enkel van deze plannen was er ook maar enig oog voor het ontsluiten van het omvangrijke veengebied tussen Vriezenveen en Hardenberg. Pas in 1842 wees dhr. Enklaar in een pleidooi op het grote economische belang hiervan. Na veel discussie onder meer over de ontwatering van Vriezenveen en de bewatering van het kanalenstelsel door de Vecht werd opnieuw het tracé bijgesteld. Pas in 1851 besloot men tot een definitief tracé meer oostelijker en gunstiger voor de Vriezenveense ontwatering en de ontsluiting van het veengebied. Hiermee konden zowel Daarle als Den Ham ook goed uit de voeten, men kreeg de kanalen niet door hun cultuurgrond en de inmiddels in particulier eigendom verkregen veengronden uit de Marke, werden prima ontsloten. In hetzelfde jaar 1851 werd nog in Zwolle met de graafwerkzaamheden begonnen.

De Overijsselse kanaalmaatschappij was het in 1853 gelukt alle gronden voor het gehele tracé aan te kopen. Men ging voortvarend te werk en zo werd op 1 augustus van dat jaar het kanaalvak Zwolle naar de Regge geopend. Omstreeks half augustus 1854 had men het kanaalvak de Regge, Separatiepunt, Vriezenveen al op diepte, en was men bezig met het gedeelte richting Almelo. Het kanaal van Almelo (via Separatiepunt) naar Zwolle werd op 12 juni 1855 feestelijk opengesteld.

Het gedeelte vanaf het Separatiepunt in noordelijke richting tot de Vecht was inmiddels aanbesteed en kwam gereed op 5 september 1856. Vervening De verwachting waren hooggespannen, meer dan 16.000 ha veengrond was ontsloten en kon vergraven worden. Veel verveners zaten op het vinkentouw en waren klaar om tot aankoop over te gaan. Het eigenlijke hoogveen lag ten oosten van het kanaal en het moerasveen ten westen vanaf het huidige Zwolsekanaal naar het zuiden tot de grens met Vriezenveen.Om structuur in de vervening te krijgen werd gekozen voor het zogenaamde blokkensysteem. In afwijking van wat in Groningen en Drenthe gebruikelijk was werd besloten wijken te graven dwars op het kanaal zo ontstond de Vriezenveensewijk, Nonkeswijk, Kalkwijk, Fortwijk en de Noordwijk. Tussen deze wijken ontstonden wegen of dijken zoals de Tonnendijk er een van is. Haaks op deze wijken werden weer dwarswijkjes gegraven, het inmiddels verdwenen Fabriekswijkje is daar een voorbeeld van.

Woningen aan het Fabriekswijkje.

Dit was het eerste wijkje vanaf de Kalkwijk in noordelijke richting evenwijdig aan het kanaal. Op de foto’s zijn woningen te zien die hier eertijds stonden. Voor de verschillende verveners was het moeilijk om een aangesloten stuk veen in eigendom te krijgen. Bij de verdeling van de verschillende marken een aantal jaren eerder, eertijds gezamenlijk eigendom, was het veen versnipperd geraakt onder verschillende eigenaren. Het onderhandelen met al deze eigenaren vergde veel tijd.

Het lukte Nonkes afkomstig uit Wilp in Groningen als eerste in het najaar van 1955 in de haven van Almelo turf af te leveren.Alle problemen die de verveners op hun pad tegenkwamen, zoals het ontwateren, het verkrijgen van de eigendommen en de nodige vergunningen van de O.K.M. maar ook het aanvoeren van het vele materieel en het verwerven van mankracht werden langzaam maar zeker overwonnen.

Zo kwam het voorjaar van 1856 Pijlman met zijn vrouw uit Friesland naar Vroomshoop. De reis duurde 14 dagen en ging via Lemmer geheel per boot. Via zijn vrouw, die ons een boekje naliet, met al haar herinneringen aan de eerste periode van Vroomshoop, weten we hoe het reilde en zeilde in die tijd. Pijlman richtte zich meer op het gebied ten zuiden van het Zwolsekanaal; hij schijnt voornamelijk de baggermethode toe te passen. Een greep uit de andere veenbazen van het eerste uur die ter hoogte van Vroomshoop het ten oosten van het kanaal gelegen hoogveen in ontwikkeling namen zijn: Boes, Huisman, Overweg, Visscher, Van Richelen om er maar een paar te noemen.

150 Jaar geleden In een verslag uit 1859, dus nu 150 jaar geleden, lezen we: ”De vervening heeft niet die vlucht genomen, die men bij het ontwerpen van het Overijssels kanaal zich had voorgesteld. Nochtans zetten zich meer en meer verveners in die streken neer.” In 1859 waren er te Vroomshoop 163 veenarbeiders aan het werk: in 1860 iets minder namelijk 152.Op 31 december 1859, zo meldt het verslag ons, werd geraamd dat er in het Hammerveen (Vroomshoop) 500 mensen wonen. Een niet gering aantal vergeleken bij Daarlerveen waar circa 150 mensen wonen.

De 50 mensen die het Beerzerveen op dat moment bevolkten waren bijna allen in dienst van een compagnie van steenbakkers uit Millingen en Pannerden die grenzend aan de Gemeente Den Ham een wijk hadden laten graven met dwarswijken in noordelijke richting. Deze kolonie werd indertijd Nieuw-Gelderland genoemd. Begrijpelijk bestond de bevolking van Vroomshoop de eerste jaren voornamelijk uit turfmakers en verveners. Sluiswachter Endeman en de aannemer G. de Vries waren uitzonderingen. Een willekeurige greep uit deze turfmakers levert ons namen als Zandbergen, Grevelink, en Boxem op.

De jaren erop in 1862 en 1863 werd er veel turf gegraven. In 1864 ging het weer wat minder, men zat met een grote voorraad en er werd weinig verveend, en men vreesde “dat de prijs der turf niet kan concurreren met die der steenkool”. Maar ondanks deze teruggang groeide het inmiddels ontstane dorp Vroomhoop in de eerst jaren explosief. Dit blijkt wel uit het gegeven dat er in 1864 rond de 500 turfmakers werk vonden, en was het een drukte van belang bij de bruggen en bij sluis V van komende en gaande turfschepen. Veel bouwmateriaal voor de te bouwen woningen werd per schip aangevoerden het laden en lossen waren dagelijks bezigheden.

Bevolking.

Er werd, als er voldoende werk was, van de vroege morgen tot de late avond in het veen gewerkt. Maar in de winter was het moeilijk om rond te komen. De gedwongen winkelnering deed daar natuurlijk ook geen goed aan. Had men geen werk dan hing men rond bij een brug of scholle en keerde men alleen huiswaarts om te eten. Had men nog geen stenen huis dan woonde je in een keetje of plaggenhut.

foto

Vanzelfsprekend werd de nieuwe arbeidersgroep, die een andere levensstijl had, niet met onverdeelde vreugde door de Hammernaren begroet. Aanvankelijk kwam de oude Flim uit Den Ham de polderjongens die het kanaal gegraven hadden zondags nog wel een stichtelijk woord voorlezen doch allengs werden er kerkgemeenschappen gesticht en werden er kerken gebouwd. Zowaar een dorp ontstond waar dit jaar, zij het wat minder precies gedateerd, het 150 jarig bestaan uitbundig van wordt gevierd.

Bronnen en lectuur: Gemeente archief Den Ham, Arhief Oudheidkundige vereniging Den Ham-Vroomshoop. Privé Archief C.J. Bos, verslagen O.K.M., Topografische dienst.

Flierakkers en Bijvank

Na de oorlog toen er een schrijnend tekort aan woningen was ontstaan werd de uitbreiding van Vroomshoop door het toenmalig gemeentebestuur voortvarend opgepakt. In het kader van de wederopbouw werden verschillende complexen woningwetwoningen op de tekentafel ontworpen en gerealiseerd. Zo werden rond 1952 voor die tijd ruime en moderne woningen aan de Flierakkers en de Bijvank gebouwd waar het goed wonen was.

Maar de tand des tijds liet ook deze wijk niet ongemoeid en eind zeventiger jaren was de situatie dermate verslechterd en veranderd dat de woningstichting, die inmiddels eigenaar was geworden, besloot de woningen grondig te renoveren. De gemeente Den Ham op zijn beurt verving de straten en riolering, waarna een modern woonerf met veel groen en veel parkeerplaatsen ontstond.

In diezelfde periode kreeg de speeltuin, met o.a. hulp van Jantje Beton, ook een flinke opknapbeurt. Deze impuls maakte het dat deze bijzondere volkswijk, waar gezelligheid en saamhorigheid hoog in het vaandel stonden, er weer een tijdje tegen kon, tot enkele jaren geleden de woningstichting voor het dilemma stond, renoveren, of slopen en herstructureren. Een goede keus in samenwerking met bewoners, speeltuinvereniging en gemeente, heeft geleid tot een prachtige nieuwe wijk waar we allemaal trots op mogen zijn.